Prof. van Tongeren

Prof van Tongeren

W.B.C. (Pim) van Tongeren, geboren te ’s Gravenhage in 1911, studeerde mineralogie, fysische en analytisch chemie aan de Universiteit Utrecht, waar hij in 1938 promoveerde op een proefschrift getiteld: On the occurence of rarer elements in the Netherlands East Indies.

Eind 1938 vertrok hij naar Billiton en kwam in dienst van de gelijknamige mijnbouwmaatschapij, aanvankelijk als geoloog maar al spoedig als hoofd van het laboratorium dat ertsen analyseerde met grote nauwkeurigheid. Uit deze tijd stamt zijn liefde voor de toegepaste statistiek, waarover vermakelijke anecdotes de ronde doen. Zo hing op de gang in het laboratorium in Amsterdam een histogram van duizenden bruine bonen gesorteerd naar gewicht ter illustratie van een bijna perfecte normale verdeling. Na een krijgsgevangenschap gedurende de Japanse bezetting keerde Van Tongeren in 1946 terug naar Nederland als chef van het chemisch laboratorium van Hoogovens (nu Tata), waar hij de eerste meer-kanaals vonkspectrometer in Nederland introduceerde, als gevolg waarvan hij in 1949 benoemd werd tot hoogleraar analytische scheikunde aan de (toen nog Gemeentelijke) Universiteit van Amsterdam. In 1956 organiseerde Van Tongeren het VI Colloquium Spectroscopicum Internationale.

Tot zijn emeritaat heeft Van Tongeren zich vooral ingezet voor het onderwijs en tot zijn genoegen heeft hij een aantal medewerkers elders hoogleraar zien worden, o.a. Boumans en De Galan.

 

ontleend aan  ‘Werken aan Scheikunde’, Delftse Universitaire Pers, 1993, p. 139